Kinder-ZKM:
praten met kinderen
Kinderen
kunnen het moeilijk hebben.
Het kan gaan om faalangst, eenzaamheid, verliessituaties (rouw, scheiding
van ouders), of andere verwarrende problemen
waarbij
uw kind geen uitweg weet voor zijn of haar gevoelens.
Soms uit zich dat door probleemgedrag, soms uit een kind zich juist
niet, terwijl ouders zich veel zorgen maken.
Wanneer de volwassenen een probleem ervaren met een kind in de basisschoolleeftijd,
wordt er meestal een hoeveelheid
aan
activiteiten in gang gezet over het
hoofd van het kind heen.
Meestal wordt het verhaal over het kind op een rijtje gezet door volwassenen,
vooral vanuit de optiek van
volwassenen
en
maar ten dele vanuit de beleving van
het kind zelf.
Zo kan het gebeuren dat een heel sociaal vaardig kind naar de training
Sociale Vaardigheden wordt gestuurd.
Bij veel behandelprogramma’s wordt gewerkt vanuit zogenaamde GGG-
analyses: gebeurtenissen, gedachten en gevoelens
moeten uit elkaar gehaald
worden. Het invullen van dergelijke schema’s is echter topsport
voor kinderen.
Die topsort moet dan ook nog eens bedreven worden bij
moeilijke situaties, waarvan je weet dat volwassenen
graag willen dat
je er anders over gaat denken.
De Kinder ZKM is een methodiek waarmee de eigen stem van het kind expliciet
gemaakt kan worden.
De kracht ligt in het aanboren van de eigen kracht
van het kind.
Hierbij wordt er gewerkt met specifiek kindermateriaal, dat aansluit
bij de
ontwikkelingsleeftijd van kinderen in de leeftijd van 6-12 jaar.

Hoe werkt de KinderZKM?
Er zijn twee basisactiviteiten:
1. We werken aan een boek, met daarin de zinnen die gaan over voor het
kind belangrijke gebeurtenissen.
Dit
gebeurt aan de hand van plaatjes of foto’s, waarbij het kind
zelf kiest waarover het vertelt.
Er kan getekend, geknipt,
geplakt
of gefotografeerd worden om allemaal
bladzijden te maken die voor het kind
belangrijk zijn.
Sommige kinderen kiezen ervoor om onderwerpen te nemen waarbij ze
zich veilig voelen. Anderen kiezen juist voor
moeilijke dingen
waar ze wel
over willen praten.
Alles mag, want uitleggen waarom je niet over
iets wilt praten is net zo zinvol als het onderwerp zelf bespreken.
Voorbeeld:
Julia wil geen bladzijde over haar ouders die gescheiden
zijn. “Ik
word altijd verdrietig omdat ze ruzie hebben.
Ik ben dan bang en dat
mag niet in mijn boek.” In het verdere verloop van de gesprekken
is de verwijzing naar “de dingen
over de scheiding, waar je niet
over wilt praten”, geaccepteerd en uiterst bruikbaar.
2. Er
wordt door het kind "een aantal kaartjes
met gevoelens" gekozen, waarmee de
gevoelslading van
de gebeurtenissen
of
verhalen in beeld gebracht kunnen worden.
Voorbeeld:
“Deze
bladzijde gaat over het pesten op het schoolplein, toen Thijs het
blikje drinken uit mijn handen sloeg.
Hoeveel punten geef je
aan “flink” als je daaraan denkt? En aan “sterk”?
Het
verhaal van een moeder:
“ De Kinder-ZKM heeft voor mijn kinderen meerdere betekenissen
gehad. Het directe resultaat was dat zij zich beter op hun gemak gingen
voelen, als gevolg van het delen van hun gevoelens met een “buitenstaander”,
en zich daarin begrepen voelden. Op de langere termijn heeft het zelfonderzoek
hen geholpen zichzelf beter te begrijpen in hun omstandigheden, waardoor
ze in staat waren in een moeilijke periode hun eigen keuzes te maken
en zich uit te spreken.”
